skip to Main Content

Hoe Petulia van haar astma afkwam

Petulia van Tiggelen

Vanaf mijn vierde tot en met mijn 45ste was ik astmapatiënt. Als kind had ik last van zware astma aanvallen waarbij ik leunend op mijn moeders arm naar de wc moest schuifelen. Zelf lopen ging niet meer, platliggen ook niet meer. Ik lag met een stapel kussens onder mijn hoofd halfzittend in bed of op de bank, en kon niets in mijn buik verdragen. Ik gaf alles over.

Om mijzelf van mijn extreem piepende ademhaling af te leiden keek ik tv en luisterde naar langspeelplaten. Zelf lezen was te inspannend. Slapen ging ook moeilijk want ik hield mijzelf met mijn piepende ademhaling wakker. Vaak viel ik van oververmoeidheid uiteindelijk diep in de nacht in slaap.

Ademhalen was een enorme krachtinspanning.

Ik had mij als kind bij deze aanvallen neergelegd. Zo’n aanval duurde meestal een paar dagen, daarna was ik behoorlijk uitgeput en vermagerd, en moest ik weer op krachten komen.

Verder was ik nooit ziek, dus ik zag mijzelf niet als een persoon die veel ziek was. Niettemin had ik rond mijn 12de zoveel aanvallen dat ik meer thuis was dan op school. Leuk was het niet, want ik miste er feestjes door en andere gezellige momenten maar het hoorde bij mij, zo zag ik dat als kind. Soms kreeg ik een astma aanval vlak voordat we bijvoorbeeld op vakantie moesten en dan gaven mijn ouders mij een stootkuurtje Prednison. Verder kreeg ik geen medicijnen.

Mijn jonge, hippieachtige ouders kozen bewust voor zo min mogelijk medicatie en een alternatieve aanpak. Zo heb als kind heel wat alternatieve therapeuten langs zien komen. Zoals: een homeopaat, een acupuncturist, een orthomoleculair arts, een osteopaat, een reïncarnatietherapeut, een gebedsgenezer en vast nog wel meer.

Soms kreeg ik een stootkuurtje Prednison.

Ook zijn mijn neusamandelen geknipt en heb ik strenge diëten gevolgd. Alle behandelingen en therapieën hielpen in meer of mindere mate, maar brachten niet dé oplossing voor mijn astma.

Tijdens mijn pubertijd ben ik, omdat ik geen zin meer had in die aanvallen, een luchtweg verwijderaar gaan gebruiken. Rond mijn twintigste had ik op een dag zoveel pufjes van die inhalator nodig dat ik toch maar naar een longarts ben gegaan. Deze longarts werd boos op mij omdat hij niet begreep dat iemand met zo’n zware astma niet onder controle stond van een arts. Hij constateerde longemfyseem en een nog maar 50% functionerende longcapaciteit.

Ik schrok daar erg van en ben vanaf dat moment dagelijks medicatie gaan gebruiken. Een combinatie van ontstekingsremmers en luchtweg verwijderaars. Er werd mij verteld dat ik deze heel mijn leven nodig zou hebben. Voor astma bestaat immers geen genezing. ‘Al kun je er goed mee leren leven’, zo zei de arts.

Stoppen met mijn medicatie lukte nooit langer dan twee dagen.

In eerste instantie legde ik mij daarbij neer; mijn lichaam faalde, met astma tot gevolg en de medicatie was nodig om deze fout te herstellen. In de loop van de jaren bracht ik de pufjes terug tot een minimale dagelijkse dosis. Dat lukte redelijk.

Verschillende malen heb ik geprobeerd om er helemaal mee te stoppen, maar dat lukte nooit langer dan twee dagen. Daarna kreeg ik dan weer zo benauwd dat ik er toch maar weer mee begon.

Totdat ik drie jaar geleden, ondanks het opvoeren van mijn medicatie, benauwd in bed lag en er zo ontzettend genoeg van had! Ik had ondertussen een opleiding tot veranderkundige afgerond en was ervan overtuigd geraakt dat een lichamelijke klacht je altijd iets te vertellen heeft. Maar wat?! Ik ging er onder begeleiding van mijn partner en Zijns coach Michael Hulst opnieuw naar kijken.

Dit is wat er toen gebeurde:

Tijdens de start van de sessie heb ik last van benauwdheid en is mijn linker heup pijnlijk: ‘wat heeft dit pijnlijke gebied je te vertellen?’ vraagt hij. Ik kom op het woord ‘Holen’. Hij vraagt wat ‘holen’ voor mij betekenen? Ik denk aan spelonken, grotachtige ruimtes waar je je kunt verstoppen. Hij vraagt mij ernaar toe te bewegen.

Ik daal diep in mijn lichaam af en kom in een donkere, kelderachtige ruimte terecht. Ik dwaal door half verlichte ruimtes, er staat niets in. Al lopend verander ik van een volwassen vrouw in een klein meisje. Ik voel mij heel erg alleen.
Plotseling in de laatste ruimte zie ik in een hoek twee ogen oplichten; een reusachtig monster. Ik zie het echt! Een siddering gaat door mij heen.

Al lopend verander ik van een volwassen vrouw in een klein meisje.

Het is een groot, lelijk, harig monster vol puisten en het kijkt mij schuw aan. Het slaat met zijn enorme armen per ongeluk tegen het plafon. Gruis stort naar beneden. Het (het is een ‘het’) jammert; ‘Ooo dat heb ik zeker weer gedaan!’. Het voelt zich heel erg alleen en slachtoffer van alles. Maar kent zijn eigen kracht niet en kan zeer destructief zijn, dat voel ik.

Ik weet opeens dat ik dit monster ben en het hier zelf heb verstopt. Niemand mag weten dat het hier zit, want anders zouden anderen ontdekken dat ik een door en door slecht ‘monster’ ben en mij dan natuurlijk afwijzen. Ik besef dat ik altijd in angst heb geleefd dat mensen zouden ontdekken dat ik dit ten diepste ben.

Michael vraagt om het monster aan te kijken. Ik kijk het recht in de ogen aan. Wonderbaarlijk genoeg wordt het nu kleiner en kleiner en verandert in… een baby. En opeens besef ik dat ik dit niet ben. Ik ben helemaal geen monster en ook niet slecht. Ik kan het misschien wel denken, maar ik ben het niet.

Ergens in mij zat de blauwdruk dat als je moeder je afwijst, je wel slecht moet zijn.

Tra la li, tra la la, ik ben geen monster! De opluchting en blijheid na de sessie zijn onbeschrijfelijk groot. Ik ben niet meer benauwd. En ook de volgende dag niet en de dagen erop niet, terwijl ik geen medicatie gebruik. Sindsdien heb ik geen medicatie meer nodig gehad. Ongelofelijk!!

Het ontstaan van ‘het Monster’ is terug te voeren naar de ongewenste baby die ik was. En ook al heb ik nu een ontzettend fijn en warm contact met mijn moeder, kennelijk zat ergens diep in mij de blauwdruk verborgen dat; ‘als je moeder je al niet wil, je wel slecht moet zijn’. Deze overtuiging ben ik kwijt.

Ik ben niet slecht.

Zo kon mijn diepe angst voor afwijzing als het ware oplossen. Dat ik in één gesprek van mijn astma ben afgekomen, waar ik ruim 40 jaar last van had, vind ik nog steeds nauwelijks te bevatten. Toch ben ik nu jaren verder en is het nog steeds zo.

Vervolgens ben ik mij samen met Michael gaan toeleggen op het behandelen van fysieke en psychische klachten en zet ik mij in voor het verspreiden van de boodschap dat je ècht van onbegrepen lichamelijke en psychische klachten af kan komen.

MIJN BOODSCHAP AAN DE GEZONDHEIDSZORG:

“De gezondheidszorg zou ervoor moeten zorgen dat mensen zich er bewust van worden hoe sterk negatieve overtuigingen met daaraan gekoppelde emoties, doorwerken in je lichaam. Mensen zouden moeten weten dat je daar zelf veel aan kan doen!”

Petulia.

OVERIG

CONTACT

> info@nieuwlichtopherstel.nl
> 06 23464522

Back To Top